· 

Een eerste analyse van de gemeenteraadsverkiezingen

Paulus de Wilt

 

Vier jaar geleden deed GroenLinks het hartstikke goed en met de teleurstelling van vorig jaar – en het niveau van de peilingen – lag het voor de hand dat GroenLinks dit keer door de bank genomen zou verliezen. Dat pakte gelukkig anders uit. De eerste uitslagen (Nieuwegein: van 9,1 naar 17,3%!) waren veel beter dan waar we rekening mee hielden. Bijna overal positieve uitslagen of slechts kleine verliesjes, veel minder dan verwacht. Weliswaar bleek achteraf dat Nieuwegein bijna de hoogste winst van GroenLinks was, het zette toch een beetje de toon voor de avond.

 

De afgelopen weken – nadat de definitieve uitslagen eindelijk verzameld waren – hebben we een beter overzicht gekregen van de resultaten. Wat blijft er van die positieve indruk over na een wat nadere analyse?

Nu zijn juist gemeenteraadsverkiezingen verdraaid moeilijk te analyseren. Er zijn veel verschillende lokale omstandigheden. Partijen doen soms in combinaties mee, of in samenwerking met lokale partijen. Of lokale partijen blijken ‘eigenlijk’ een lokale variant van een landelijke partij. Bovendien zijn lokale partijen nogal eens van verschillend pluimage. Veelal stellen de partijen dat ze het lokale belang vooropstellen. Maar welk belang is dat dan? Vaak zijn dat ondernemersbelangen, maar ook afsplitsingen van de SP tooien zich bijvoorbeeld met lokale partijnamen.

 

Zijn er algemene conclusies te trekken voor GroenLinks? Jazeker, maar er zal nog wel wat meer analysewerk vergen om die beter te onderscheiden. Hier volgen vooral wat observaties uit een eerste bestudering van de uitslagen.

 

Het eerste dat opvalt, is dat GroenLinks steeds meer meedoet aan gemeenteraadsverkiezingen. Er waren dit keer 13.596.788 kiesgerechtigden (in 333 gemeenten); 10.313.618 daarvan (in 175 gemeenten) konden op een GroenLinks-lijst stemmen en nog eens 1.330.166 (in 54 gemeenten) op een samenwerkingslijst waar GroenLinks in de lijstnaam stond. Bij elkaar kon dus 85,5% van het electoraat op GroenLinks stemmen. 9,7% van de daar uitgebrachte stemmen werden ook daadwerkelijk op deze lijsten uitgebracht, best veel. Daarnaast waren er overigens ook nog ongeveer 30 gemeenten (met ongeveer 500.000 kiesgerechtigden) waar een lokale partij meedeed met medewerking van GroenLinks(ers). Sommige van deze partijen noemen landelijke partijen als GroenLinks nadrukkelijk op hun website, andere leggen meer de nadruk op hun lokale identiteit.

 

Een tweede observatie is dat GroenLinks een breder electoraat lijkt te krijgen. Traditioneel is GroenLinks vooral sterk in een beperkt aantal grote steden met een brede universiteit (Nijmegen, Utrecht, Amsterdam, Leiden en Groningen) plus Wageningen met diens landbouwuniversiteit. De uitslagen in Leiden (18,8%=>22,8%) en Wageningen (22,4=>27,4) waren fantastisch, maar de andere vier gingen duidelijk achteruit (zo’n 5%). Naast deze universiteitssteden zag je al eerder een uitbreiding van GroenLinks naar middelgrote steden in – grofweg – de strook tussen Alkmaar en Nijmegen en in de IJsselsteden (Zutphen, Deventer, Zwolle). Daarnaast zie je nu een sterke toename in de Brabantse steden (en omgeving daarvan) en in de randgemeenten van waar GroenLinks al sterk was. Het gevolg is dat we in de top 100 van GroenLinks-gemeenten Amsterdam inmiddels terugvinden op plek 34.

 

Het derde punt gaat over de concurrentie van andere partijen. Deelname van Volt, PvdD, Bij1 en SP heeft duidelijk een negatieve invloed op de uitslag van GroenLinks. Soms zijn het lokale partijen die GroenLinks parten speelt. Onze twee slechtste uitslagen waren in Oldenzaal (13,4%=>7,4%) en Lochem (16,5%=>10,6%). Hier waren het respectievelijk Solidair Oldenzaal (11,3%) en LochemGroen! (9,4%) die duidelijk invloed hadden op de uitslag. En omgekeerd: de SP heeft in heel wat gemeenten dit keer niet meer meegedaan waar ze dat vier jaar geleden nog wel deden. Dat blijkt stevig te helpen voor een goede GroenLinks uitslag. Die eerdergenoemde uitslag in Nieuwegein heeft bijvoorbeeld alles te maken met het feit dat de SP (2018: 10,7%) nu niet meer deelnam. Hetzelfde geldt voor onze beste uitslag: in Westervoort (12,5%=>25,1%). Ook daar deed de SP dit keer niet mee (in 2018: 17,3%).

 

Als laatste: samenwerkingslijsten doen het niet beter of slechter dan aparte partijlijsten (het levert overigens soms wél meer ‘restzetels’ op). Wat wel zo is, is dat waar de PvdA eerst alleen meedeed en er nu een PvdA/GroenLinks-lijst is, deze lijst het nu duidelijk beter doet. Zowel bij voortgezette gezamenlijke lijsten als bij nieuwe gezamenlijke lijsten – waar beiden eerst apart deelnamen – is het resultaat ongeveer gelijk gebleven. Overigens gaat het om een beperkt aantal en veelal kleinere gemeenten.

 

Wat zegt deze eerste analyse ons? GroenLinks staat er goed voor: steeds meer Nederlanders wonen in gemeenten waar GroenLinks stevig vertegenwoordigd is. GroenLinks is ook opnieuw de sterkste kracht op links. En het ziet er naar uit dat ook weer volop deelgenomen zal worden aan gemeentelijke coalities. Er liggen echter wat gevaren op de loer. De uitslagen laten zien dat we ruimte op links laten én dat die ingevuld wordt. Tegelijkertijd wordt er vrijwel nergens bestuurlijk samengewerkt op links. Het is aan ons om dat te doorbreken. Door voortdurend de samenwerking te zoeken en de dialoog met alle linkse partijen aan te gaan en open te houden.

Reactie schrijven

Commentaren: 0