· 

Zonder open debat met leden zwemt GroenLinks steeds verder de fusiefuik in

Alberto Tjen A Kwoei, Julia Matser, Piet Nieuwendijk, Leo Platvoet, Sabine Scharwachter


Met het kiezen van een nieuwe fractievoorzitter van de PvdA wordt er weer een hoop gespeculeerd. In zowel de PvdA als GroenLinks worden uitspraken gedaan door prominente leden en politici die de geesten rijp moeten maken voor samenwerking tussen beide partijen. Een opiniestuk waarin Marjolein Moorman en Frans Timmermans – beiden in het vizier als toekomstige PvdA-partijleiders – een “verbinding” met GroenLinks bepleiten, werd door verschillende partijprominenten van GroenLinks met enthousiasme ontvangen. Nu zal geen zinnig (links) mens tegen samenwerking zijn, alleen zit hier wel een forse adder onder het gras. Voor de één is het samenwerking als je samen een wetsvoorstel indient, voor de ander is fusie de gewenste vorm. Het schimmige woordenspel dat wordt gespeeld verontrust ons, actieve en kritische leden van GroenLinks. Daarvoor zijn een aantal redenen.


Allereerst is het partijbestuur niet transparant over welke koers er gevolgd wordt. Het meest recente partijcongres van GroenLinks toont aan dat de meningen over linkse samenwerking binnen de partij sterk verdeeld zijn. Drie onderling tegenstrijdige moties werden aangenomen, die respectievelijk een fractiefusie (ingediend door de pro-fusie campagne RoodGroen), het verder voortzetten van de huidige innige samenwerking met de PvdA (ingediend door het partijbestuur) en brede linkse samenwerking (inclusief het loslaten van de focus op PvdA) bepleiten. Die laatste haalde daarbij de grootste meerderheid. Echter lijkt de gewiekste fusiepropaganda vanuit de partijtop – waarbij voorzitter van de Eerste Kamerfractie Paul Rosenmöller alvast opriep tot een gezamenlijke lijst voor de Eerste Kamer – erop te wijzen dat leden een fusie in gerommeld worden waar we bijstaan.


Deze ambivalente congresuitspraken zijn vooral het bewijs van het gebrek aan een gedegen discussie voorafgaand aan de besluitvorming. Die inhoudelijke discussie over de meest wenselijke vorm van linkse samenwerking wordt binnen GroenLinks überhaupt niet gefaciliteerd. Op enkele strak geregisseerde bijeenkomsten over het thema na is er geen democratisch proces ingericht om als partij tot gedragen besluiten te komen. Die gesprekken gaan bovendien geregeld over een zeer specifiek onderdeel van de samenwerking met de PvdA, zoals de formatie in september 2021 of het “progressief oppositieakkoord” uit december van dat jaar. Dat wekt de indruk dat het gaat om relatief onschuldige samenwerkingen, waarbij te weinig aan bod komt dat iedere politiek-strategische stap ook een stap in een bepaalde richting is. De stip aan de horizon waar we op afstevenen blijft onbesproken. Door de nauwe focus op de PvdA in plaats van het nastreven van brede linkse samenwerking zwemt GroenLinks steeds verder de fusiefuik in.


Bovendien krijgen leden door dit gebrek aan een open en partijbreed debat te weinig tools aangereikt om een serieuze afweging in de fusiediscussie te kunnen maken. Tegengeluid is er nauwelijks – alleen in de wandelgangen durven mensen soms zich uit te spreken. Voorhanden zijn met name de zorgvuldig geconstrueerde argumenten die prominente voorstanders propageren en die vanzelfsprekend eenzijdig zijn. De mantra is: een fusiepartij gaat weer veel zetels behalen en kan zo een machtig tegenwicht vormen tegenover rechts. De rechtvaardiging luidt dat “de verschillen kleiner zijn dan de overeenkomsten” en dat we “samen sterker tegen rechts staan dan alleen”. Dat de PvdA en GroenLinks het praktisch over alles met elkaar eens zijn is, klopt voor 78% van de stemmingen over moties. Maar GroenLinks is het met onder andere BIJ1 (80%), SP (83%) en Partij voor de Dieren (86%) méér eens. [1] Bovendien valt ‘samen sterk staan’ ietwat in het niet als de ‘linkse samenwerking’ zich beperkt tot twee partijen met gezamenlijk slechts 17 zetels. Ter vergelijking: brede linkse samenwerking met Partij voor de Dieren, SP en BIJ1 erbij zou een blok van 33 zetels opleveren.


Wij zien de ontransparante koers van de partijtop, het gebrek aan intern debat en de eenzijdige fusiepropaganda door partijprominenten met lede ogen aan. Bovendien leidt de focus op enkel de PvdA er in dit stadium toe dat een open gesprek over bredere linkse samenwerking onmogelijk wordt gemaakt. Als we echt streven naar linkse samenwerking, dan moet dit allereerst in de breedst mogelijke zin onderzocht worden, waarbij expliciet meer partijen dan alleen de PvdA betrokken worden. Juist brede linkse samenwerking biedt de kans op de doorbraak die nodig is om een rechtvaardige, diverse, groene en sociale samenleving dichterbij te brengen. Het is hoog tijd dat het woordenspel ophoudt en de leden aan het woord komen. Want over linkse samenwerking is het laatste woord nog niet gezegd.


[1] https://partijgedrag.nl/partijgelijkenis.php


Reactie schrijven

Commentaren: 0