Opinie: GroenLinks en de Linkse Samenwerking

Door: Paulus de Wilt (dit is een ingezonden opiniestuk. NKG stimuleert de discussie in de partij en biedt daarom platform aan leden met uiteenlopende meningen)

De hernieuwde belangstelling voor linkse samenwerking in GroenLinks is opmerkelijk. Niet zozeer het feit dát we het er weer over hebben, maar vooral de vorm waarin is nu duidelijk anders dan in het verleden. Zowel GroenLinks als de PvdA is een fusiepartij, dus discussiëren over linkse samenwerking doen we van oudsher. Vorm versus inhoud is daarbij de kern.

 

van onderop

De totstandkoming van GroenLinks is een aardige illustratie van geslaagde linkse samenwerking uitmondend in een fusie. In de aanloop tot die fusie kon je veel argumenten horen die je ook nu weer tegenkomt. Dus laat ik – in het kort – schetsen hoe het tot die fusie gekomen is.

 

De eerste aanzetten zagen we na de enorme (voor die tijd) verkiezingsoverwinning van de PvdA in 1977: 10 zetels winst. De PvdA was daar natuurlijk euforisch over, maar velen zagen over het hoofd dat die verkiezingswinst geheel ten koste ging van de ándere linkse partijen. CPN, PPR en PSP verloren samen evenveel zetels als de PvdA won. Die electorale ineenstorting (van 16 naar 6 zetels, bij elkaar), leidde in de jaren daarna tot steeds meer samenwerking van die partijen bij verkiezingen – overigens in veelal wisselende samenstellingen.

 

Eenzelfde samenwerking zag je ook ontstaan buiten de volksvertegenwoordigingen. Het waren de jaren van vele en grote demonstraties en andere acties. Vaak gezamenlijk georganiseerd of ondersteund door partijafdelingen van wat toen ‘klein links’ werd genoemd. En in die ‘actie’ zag je de verschillen tussen deze partijen verkleinen. Mensen werden politiek actief omdat ze veranderingen wilden. De PvdA was voor velen geen optie: door het voortdurend sluiten van compromissen met rechts was dat profiel wat bleek geworden. Bij welke partij iemand zich dan wel aansloot was echter min of meer toeval. Afhankelijk van welke van de drie partijen in iemands stad of streek het actiefst was of waar je vrienden bij zaten.

 

De combinatie van gezamenlijke acties en gezamenlijke fracties deed de behoefte aan gezamenlijke organisatie toenemen. Gelijktijdig zag je ook dat dat de partijen en vooral de actieve leden qua ideeën naar elkaar toegroeiden. In het midden van de jaren ’80 ontstond er een organisatie van politiek actieve mensen in en om de klein-linkse partijen: Voor een Linkse Doorbraak. Dat startte met een manifest waarvan één zin me erg bijgebleven is: “Vroeger noemden we ons socialist, pacifist, communist,  feminist of radikaal, nu zijn we dat allemaal tegelijk” (de zin is ongetwijfeld anders, ik citeer uit m’n hoofd). Uiteindelijk leidde juist het feit dat het onderscheid tussen de partijen voor velen niet meer zichtbaar was, tot het ontstaan van GroenLinks. Het nadrukkelijke doel daarbij was de PvdA de mogelijkheid te geven compromissen met links te sluiten, in plaats van alleen maar naar rechts te kijken.

 

Er valt nog veel meer over te zeggen – en het zou goed zijn als dat ook gebeurde – maar hier volstaat denk ik de conclusie dat succesvolle linkse samenwerking ontstaat uit gezamenlijke activiteiten partijen breed. Zowel volksvertegenwoordigingen als politieke acties die in een gezamenlijk kader worden georganiseerd, leiden tot succes en daarmee tot een gevoel van saamhorigheid. Het gescheiden houden van de politieke organisatie is dan eigenlijk geen optie meer.

 

tegengeluiden

Het voorgaande is natuurlijk tamelijk kort door de bocht en er zijn heel wat nuances bij aan te brengen. De uiteindelijke totstandkoming van GroenLinks was bijvoorbeeld ‘too little, too late’ en het waarom daarvan is een interessante analyse, maar voor een andere keer. Wat hier wél relevant is, is te kijken naar de argumenten van de tegenstanders van het samengaan. Deels waren die gebaseerd op een gevoel van identiteit, nostalgie over het eigen roemruchte verleden en wensdenken dat de eigen club het wel alleen schaft (of zelfs in staat zou zijn de anderen ‘op te eten’). Anderzijds zien we ook meer realistische argumenten. Zo was er bijvoorbeeld de angst dat samengaan van de kleine linkse partijen zou leiden tot nieuwe afsplitsingen die zuiverder op de graat zouden zijn. In eerste instantie kwamen die er ook, maar geen van alle succesvol. Je kunt je echter afvragen of de SP succesvol zou zijn geworden als de CPN nog bestaan had. Ook het doorbreken van partijen als Partij voor de Dieren en Bij1 is eigenlijk moeilijk voorstelbaar zonder de ruimte die GroenLinks aan de linkerkant heeft gelaten.

 

ideologische positie van groenlinks

Dat brengt ons bij de ideologie en de strategie van GroenLinks. Een onderwerp waar we als partij veel te weinig over praten. Wat zijn onze idealen en hoe gaan we die bereiken? Ook dit is een te groot onderwerp voor dit bestek, maar wel essentieel voor de dagelijkse politieke praktijk. Wat mij betreft komt het uiteindelijk neer op: GroenLinks staat voor radicale veranderingen voor rechtvaardige sociaal-economische verhoudingen, ecologische duurzaamheid en ontplooiing van individuele identiteit. Ongetwijfeld ben ik hiermee niet volledig en gebruik ik onvoldoende moderne woorden, maar voor mij vat dat de kern samen. De vraag is vervolgens: met wie kan je dat bereiken?

 

Radicale veranderingen zijn systeemveranderingen en daarvoor heb je dus bondgenoten nodig die ook bereid zijn daar aan te werken. Kijk je om je heen in het politieke spectrum, dan zijn (aan de linkerkant, althans) vooral Bij1, PvdD en SP partijen die dat soort eisen stellen. Ook in de PvdA zie je mensen die die kant op willen, maar toch ook nog sociaaldemocraten die meer van de kleine stapjes zijn. Dat zijn allemaal partijen waar we in ieder geval veel doelstellingen mee delen en waar we dus goed mee kunnen samenwerken.

 

van bovenaf

De oplevende discussie over linkse samenwerking wordt opmerkelijk genoeg vooral van bovenaf gevoerd. Het waren de Tweede Kamerfracties van PvdA en GroenLinks die zelfs het woord fusie in de mond namen. Weliswaar gericht op die fracties, maar ook een fusie van de partijen werd nadrukkelijk niet uitgesloten. Ik vond het opvallend dat daarbij eigenlijk in het geheel geen inhoudelijke politieke of strategische argumenten gebruikt werden. Het enige kader was een tactische: bij de kabinetsformatie wilden we niet uit elkaar gespeeld worden. Iets waar ik het overigens geheel mee eens ben.

 

Onder GroenLinksers heeft het veel discussie losgemaakt. Een discussie die op geheel GroenLinkse wijze gestroomlijnd werd in een ‘ledengesprek’, waarin je vragen mocht stellen aan Jesse, Corinne en Katinka. Uit het feit dat er geen opstand uitbrak, heeft iedereen vervolgens geconcludeerd dat het beleid van onze partijtop ondersteund wordt. Daarbij kwam echter wel naar voren dat veel leden niet ‘in een fusie gerommeld’ willen worden. Ik denk dat dat staat voor een behoefte om de discussie fundamenteler en inhoudelijker te voeren.

 

niet bij de pvda alleen

Discussie over linkse samenwerking is té belangrijk om aan Jesse en Lilianne over te laten. Een brede discussie binnen én buiten de linkse partijen is daarvoor nodig en verdergaande stappen zijn pas aan de orde als er een praktijk van samenwerking aan de basis gegroeid is.

 

 

Die discussie moet gaan over wát we willen bereiken en welke stappen daarbij nu gezet kunnen worden. Daarbij is het ook van belang dat we formuleren wat het doel van de samenwerking is. Het optellen van fractiezetels om een sterkere onderhandelingspositie te verkrijgen, is zeker een legitiem doel, maar wel erg beperkt. Er kan zoveel méér dan dat bereikt worden!